Geïnspireerd door de successen van de Nederlandse renners in de Tour de France, bedacht hoofdagent Hartman van de Haarlemse kinderpolitie, in 1955 een soort mini-Tour de France. In die tijd was ‘op vakantie gaan’ voor veel gezinnen nog een onbetaalbare luxe, en dus werden de kinderen de straat op gestuurd om zich te vermaken. De schoolvakanties duurden zes weken en dat was te lang om alleen maar braaf te knikkeren of touwtje te springen. Om te voorkomen dat ze rottigheid gingen uithalen werd door agent Hartman toen de Haarlemse Muggenronde in het leven geroepen en op maandag 1 augustus 1955 ging de allereerste editie van start.

Behalve brave kinderen reed er ook altijd een ploeg zogeheten schoffies mee, jongens die voor kleine vergrijpen al eens met de politie in aanraking waren geweest. De Muggenronde was dan ook tevens bedoeld als een soort opvoedingstherapie voor schorriemorrie en ik hoorde daar bij. Verse stopverf was in die tijd prachtig speelgoed om er van alles mee te boetseren en dat materiaal haalde ik op de nieuwbouw bij ons in de buurt, waar je het zo uit pas geplaatste ruiten kon peuteren. Op een dag werden we door een bewaker betrapt en mijn witblonde krullen deden me in zijn getuigenis de das om. Oom agent bracht mij naar het bureau, waar ik een ernstige schrobbering (zo heette dat toen) kreeg, honderd strafregels moest schrijven en als officieel erkend schoffie een startbewijs kreeg voor de Muggenronde. Ik beschouwde dat laatste niet als straf, hoewel ik hevig teleurgesteld was dat ik niet op mijn net verworven eerste racefiets mocht rijden, maar verplicht op mijn gewone jongensfiets mee moest doen.

EersteMuggenronde

Haarlemse Muggenronde 10 augustus 1955. Op weg naar Barneveld.” Foto: Spaarnestad/W.P. van de Hoef

Met een schetterende geluidswagen voorop, trokken we op die maandag met een groot peloton kinderen een week lang door Nederland en werd er elke dag fanatiek gestreden voor de ritoverwinning en de muggen trui. Met agent Hartman als een soort Jacques Goddet rechtop met z’n kop door het open dak van de KEMA geluidswagen. Hij zag alles en met zijn bonus- en strafpunten gooide hij iedere avond weer het hele klassement door de war. Op feodale wijze, mag je wel zeggen, reden waarom de man bepaald niet overal populair was, met name onder de schoffies. Als je onderweg onderuit ging, maar ondanks een druppeltje bloed op je knie of arm zonder te huilen weer op je fietsje klom kon je rekenen op bonuspunten, maar als de vuisten niet alleen werden gebruikt om het stuur vast te houden dan kwamen er direct strafpunten achter je naam. Wij zagen daar in onze jeugdige verontwaardiging nog niet de redelijkheid van in en dat is ook wel weer te begrijpen. Overnachten deden we in grote tenten die iedere dag opnieuw door vrijwilligers werden opgezet. Afbreken hoefde niet, want dat hadden wij meestal al voor ze gedaan. Warm eten kreeg je net als later in militaire dienst uit grote gamellen op je bord gekwakt, terwijl we van de broodmaaltijd altijd een wedstrijdje maakten van wie de meeste boterhammen weg kon werken. Dat ging net zo fanatiek als het fietsen en op een keer heb ik een broodmagere jongen eens 22 droge sneeën brood naar binnen zien werken tot hij bijna stikte vanwege een overvolle maag en gebrek aan drinken.

 

Na een week vol lol en opvoedkundige maatregelen werd de stoet bij terugkomst op de Grote Markt onder massale belangstelling weer feestelijk ingehaald. De winnaar werd in zijn gele trui uitbundig gehuldigd, terwijl de verliezers tandenknarsend toekeken. ‘Als die Hartman mij niet elke dag strafpunten had gegeven, had ik daar kunnen staan, verdomme!’ In deze tijd is het door het sterk toegenomen verkeer helaas niet meer mogelijk een Muggenronde op die manier te organiseren. Het evenement bestaat echter nog steeds, maar zonder lange fietstochten door het land. Wel met etappes in de regio Haarlem, met steeds de finish op de Grote Markt. Ik ben weer eens gaan kijken en zag een grote groep jongens en meisjes op de fiets in een langgerekt lint vertrekken. Het zijn de kinderen en kleinkinderen van de schoffies van toen met hier en daar een donker koppie als bewijs dat de inburgering gestaag voortschrijdt. Ze zijn op de groei als wielrenners gekleed, rijden grotendeels nu wel op racefietsen, maar het geluk op de kindergezichtjes is nog net als toen. Alleen de schoffies zijn er niet meer bij, want die vinden stopverf helaas al lang niet meer interessant.

 

– Jan van der Horst